De machtman

Ik schrijf hier over de man die leeft vanuit zijn macht. Ik bedoel hiermee de macht die een destructieve invloed heeft. Het organisme waar deze macht over uitgeoefend wordt, kan niet tot eigen bloei of volwassenheid komen en kan de eigen mogelijkheden niet volledig benutten. Wanneer ik in deze zin macht uitoefen, betekent dat dat ik overheers. Die overheersing gaat ten koste van iemand of iets anders. De machtman stuurt zijn leven aan vanuit zijn hoofd.
Ik schrijf over de mannelijke macht die andere mensen overheerst en ook over de mannelijke macht die, heel sneu, de mannelijke psyche zelf kan overheersen. De Ik Eigen besturing van zo’n man is vals geprogrammeerd. Hierdoor kan hij zichzelf nooit volwaardig en met al zijn capaciteiten ontplooien.

Valse programmering

Een voorbeeld van deze valse programmering is het machtsmisbruik door de Katholieke Kerk. Het Vaticaan is een verzameling van machtmannen. De gedachte die ten grondslag ligt aan de katholieke machtsstructuur, is dat de mens ‘an sich’ een zondaar is. Dat geeft een vrijbrief aan de machthebbers om met de verlossing voor die zonden te komen.
Deze dictatoriale leer wordt geïmplanteerd in de psyche en zowel onbewust als bewust weer uitgedragen in denkbeelden, herhalingen en handelingen. Zo wordt de vervormde psyche een doorgeefluik van macht als kwalijke invloed.

De manier waarop dit gebeurt is niet transparant, maar volledig verborgen en opgeborgen achter gesloten deuren. Heilig dus in de betekenis van verborgen.

Angst voor het vrouwelijke principe

Bij macht hoort altijd angst. Eigenlijk is angst de voeding van machtsmisbruik. Je zou kunnen zeggen dat macht gestolde angst is. Vaak is het zo, dat wanneer de angst niet gevoeld mag worden, men zichzelf overschreeuwt door macht uit te gaan oefenen. De als het ware gestolde angst trilt los.Wij komen dit tegen in de privé-sfeer, zakelijke beslommeringen, politiek en natuurlijk op zeer zichtbare wijze in de puur mannelijke religies. In patriarchale religies wordt de angst voor het vrouwelijke principe en het vrouwelijk lichaam uitgedrukt in de machtsstructuren van de overheersende mannen.

Hoe kan de kerk gebruik maken van het angstprincipe om voor zichzelf het alleenrecht op de ‘waarheid’ op te eisen?

Bij machtsmisbruik is het bijna altijd zo dat de onderdrukte persoon op een gegeven moment breekt. Het is vaak alleen een kwestie van tijd. De druk; lichamelijk, psychisch, maatschappelijk, wordt zo groot dat men zich bekeert tot het ware geloof. Die bekering kan ook worden bereikt doordat men zich wil identificeren met (de ‘navolging van’) Maria, Jezus of zelfs God. Het voetvolk van het Vaticaan, de priesters en broeders, oefenen macht uit door de gelovigen deze mogelijkheid voor te houden zich boven het gewone klootjesvolk te verheffen.

In een traditionele machtsstructuur staat iemand bovenaan in de pikorde. Alleen hijzelf kan niet gepikt worden, maar pikt alleen naar beneden. De bovenste steen van een piramide is een eenling, de laatste, de hoogste steen voordat de hemel begint. Iedere stenenlaag symboliseert een lagere pikorde, totdat de onderste stenen de totale last moeten dragen. Juist deze onderste stenenlaag is interessant voor de kerk. Want dat zijn de massa’s gelovigen. En deze volgelingen moet je onder druk houden, zodat zij niet zelfstandig hun eigen waarheid gaan zoeken.

Hoe krijgen wij nu deze gelovigen in de greep van de kerkelijke macht?

Het eerste wapen in de strijd is een verhaal dat zo ingewikkeld geschreven is, dat het niet logisch te volgen is. Er moeten wendingen in het verhaal zitten die de normale ervaringen van de mensen te boven gaan. De verhaalvormen moeten voor velerlei uitleg vatbaar zijn, net zoals de wind waait. Feiten moeten niet te controleren zijn. Het moet niet wetenschappelijk bewezen kunnen worden. Zodat er maar een mogelijkheid overblijft; men moet het verhaal geloven.

Vervolgens is het belangrijk dat er voor de gelovige een beloning is. Liefst niet iets dat de schatkist van de machthebbers leegmaakt, maar iets dat niet tastbaar is en dat ver in de toekomst ligt. Verder is nog van belang, dat niemand zich kan beklagen over de beloning. Daarom wordt die pas gegeven na onze dood, als hij niet meer omgeruild kan worden. Men krijgt nooit klachten vanuit de hemel.

Binnen een machtssysteem worden de onderdrukten beïnvloed door het dreigen met straffen. Hierin heeft de kerk natuurlijk een uitzonderlijk lange en gewelddadige traditie. Men meent zelfs nog met een verschrikkelijke straf te kunnen dreigen, wanneer de gelovige allang dood is. Jij komt in de hel. Voor eeuwig. Wel, velen zijn reeds in de hel op aarde terecht gekomen door toedoen van de kerk. Miljoenen mensen zijn geslachtofferd door de eeuwen heen. Lees bijvoorbeeld Karlheinz Deschner: ‘Kriminalgeschichte des Christentums’.

Ook moet de eigen invloedssfeer buiten bereik van de staat en het wereldlijk gezag worden gehouden. Zelfs een democratie heeft geen invloed op het gezag van de Kerk, dat (bijna) overal, totaal buiten de staatsrechtelijke orde valt. Zodra men informatie over bijvoorbeeld seksuele misdaden van leden van de kerk wil verzamelen, om die personen voor de rechtbank te brengen, gebeuren er zaken die in iedere andere multinational totaal onmogelijk zijn.

Biechtgeheim

Men verschuilt zich achter: biechtgeheim, vertrouwelijkheid, de rug van andere personen, gezag, dossiers of wat dan ook. Zelfs wanneer leden van de kerk zich seksueel, fysiek en/of psychisch aan kinderen vergrijpen, gaan in veel gevallen de eikenhouten poorten op slot. Informatie wordt achtergehouden. Dit gebeurt vaak met medeweten van de heersende politieke (religieuze) macht.
Er zijn veel manieren om macht te misbruiken. Het kan ook door anderen om de oren te slaan met deskundigheid. Of pseudo-deskundigheid.

Je kunt bijvoorbeeld fondsen vrijmaken om de Bijbel te bestuderen. De afgestudeerden worden dan ingelijfd in de organisatie door ze te fêteren, lintjes te geven en anderszins te paaien. Zo kun je over de hele wereld een loyale achterban creëren, een incestueuze kennisuniversiteit.

Het zijn ook deze ‘deskundigen’ die onze democratie mede adviseren in de Tweede Kamer en de achterkamertjes. Dit adviesorgaan, dit studiecentrum heeft er mede toe bijgedragen dat de Katholieke structuren en opvattingen met de hele maatschappij verweven zijn.

Voor het financieren van e.e.a. is het ook essentieel dat de onderdrukte iets heeft om vol bewondering naar op te kijken. Een stil klooster ergens in de bergen waar de werkelijk zoekenden wonen, zonder poespas, is daarvoor niet zo interessant. Wat het juiste soort bewondering schept zijn afgoden, gemaakte heiligen, die opgegraven zijn en in kleine kistjes op een altaar tentoongesteld worden in de vorm van relikwieën. Met de belofte, garantie bijna, dat die restjes de gelovige kunnen genezen van allerlei enge ziektes, uiteraard tegen betaling.

Inmiddels worden honderden heiligen vereerd. Vooral de verering van Maria brengt jaarlijks miljoenen op. Vandaar dat zij als vrouw tenminste financieel meetelt in deze kerkelijke mannenwereld. Ze is minder aanwezig dan God de Vader, maar mag af en toe in de meimaand een betere plaats op het altaar in de kathedraal krijgen. Kassa.

In Nederland is de kans klein dat er nog nieuwe heiligen en zaligen zullen komen. Onze samenleving is daarvoor te transparant geworden. De nieuwe groeimarkten zijn Afrika, Zuid Amerika en zeker China. Daar zullen de nieuwe wonderen plaatsvinden, want daar is nog een wereld te winnen door de lucratieve exploitatie van bedevaartsoorden, waar niet de heilige Johannes, maar de heilige Chind Pua Tjuiy zal worden vereerd.

De gelovige kon vroeger eenvoudig medeplichtig worden gemaakt door hem b.v. een altaar in de kerk te laten kopen. (Een marktkraam.) Zo kon men zowel zichzelf als de Kerk financieel bevoordelen; de zwakbegaafde achterneef kwam als geestelijke onderdak, en het familiekapitaal had er ook niet onder te lijden, maar werd prettig aangevuld via de collectebus.

Het bestaan (en de schending) van het biechtgeheim was zeer bevorderlijk voor de handel. De Kerk kende de feiten en omstandigheden - en handelde ernaar.
Geen betere manier om je macht te etaleren dan ongelofelijke rijkdom.Veel goud, diamanten, edelstenen, brokaat, zijde, kunst, gebouwen, landerijen, bankrekeningen, vele, vele bankrekeningen.

Dat alles heeft de Kerk van de gelovigen ‘gekregen’ door de verkoop van aflaten, economisch profijt van het biechten, testamenten, moord, onteigening, oorlogen, onderbetaling, kinderarbeid. Die vond bijvoorbeeld plaats in de Magdalena-wasserijen in Ierland, waar in totaal zo’n 30.000 jonge vrouwen uitgebuit werden.

Vele giften worden via collectes opgehaald: voor de ‘armen en behoeftigen’, voor ‘Afrika’ etc. zogenaamd voor het goede doel. Uiteraard werden de gemaakt kosten afgetrokken. Alleen de katholieke armen en de heidenen die bereid waren zich te bekeren werden geholpen. Deze vorm van machtsmisbruik noemen wij missionariswerk.

Niet alle vormen van machtsmisbruik zijn gewelddadig.

Sociale druk is ook een hele hulp. De belangrijkste personen in de gemeenschap mochten altijd vooraan in de kerk zitten. De kerkbanken waren genummerd en op naam gesteld. ‘Iedereen’ in het dorp ging naar de kerk. Allen moesten het luiden van de klokken aanhoren. Processies, koren, Katholiek Gemeenschapshuis, er was bijna geen ontsnappen mogelijk. Verplichte feestdagen. De kerk wist altijd wel ergens een baan voor je, vroeg wanneer er eindelijk weer eens een kindje kwam. En op het einde van je leven moest je nog (te) veel geld betalen voor de begrafenis. Nu nog is het zo dat de inkomsten van een parochie gerelateerd zijn aan het aantal overledenen. Kassa.

Een ander zeer effectief machtsmiddel is: de mensen negeren. Vroeger in de tijd van de postduiven was het eenvoudiger om informatie achter te houden. Brieven worden niet beantwoord, dossiers worden opgebouwd, alleen vage, algemene antwoorden en valse informatie worden gegeven.Buitengewoon triest is het volgende antwoord op een verzoek om informatie: Ik zal voor U bidden en God om vergeving voor u vragen.

Maar nu, nu wij een open transparante wereld krijgen komt iedere leugen die in het openbaar verteld wordt aan het daglicht. De openheid van onze samenleving be- en verlicht ons allen, niet meer uitsluitend de aura van schijnheiligheid.